DIERZIEKTE - BAARMOEDERONTSTEKING

Baarmoederontsteking (endometritis) komt voor in acute en chronische vorm (witvuilen). Bij iedere kalving komen er bacteriën in de baarmoeder terecht. Bij een goede weerstand, en als de bevuiling van de baarmoeder niet overmatig is, zal de koe in staat zijn om zelf de binnengedrongen kiemen op te ruimen, zodat het niet tot een baarmoederontsteking zal komen (Sheldon, 2016). In sommige gevallen gebeurt dit wel en kan de koe 5 tot 14 dagen na het afkalven traag zijn, eet ze minder, geeft ze minder melk en maakt ze een zieke indruk met een stinkende uitvloeiing. Deze zichtbare symptomen wijzen op klinische baarmoederontsteking (Pascottini et al., 2016).

Ook kan baarmoederontsteking in niet-zichtbare vormen optreden, oftewel subklinische baarmoederontsteking. Bij andere dieren is het eerder een chronisch verlopende aandoening met als belangrijkste symptoom witvuilen, meestal vanaf 2 tot 3 weken na het afkalven. Wanneer dergelijke infecties niet tijdig worden opgemerkt en niet correct worden behandeld, kan ketose optreden, of de baarmoeder of de eileider kunnen zodanig worden aangetast dat de dieren zeer moeilijk of zelfs niet meer drachtig kunnen worden (Pascottini et al., 2016).

Ongeveer 15 tot 40% van de dieren op een gemiddeld melkveebedrijf maakt de eerste 2 weken na afkalven een klinische baarmoederontsteking door, waarbij de ziekte persisteert bij 20% van de dieren (witvuilen). Tot 50% van de dieren vertoont 2 maanden na de kalving nog steeds ontstekingscellen in de baarmoeder die de kans op drachtig worden sterk verminderen (Depreester, 2016).
 
Naast behandelingskosten, kosten voor inseminaties en mogelijke productieverliezen betekent een verminderde kans op drachtig worden bij een koe een belangrijk economisch verlies voor de veehouder maar ook voor het welzijn van de dieren (Huzzey et al., 2007). Doordat als gevolg van endometritis de tussenkalftijd stijgt, kalft de koe minder af dan gebruikelijk (Depreester, 2016).

In de basissituatie op een melkveebedrijf van 100 melkgevende koeien, met een melkproductie van 8.500 kg per koe, zijn er gemiddeld 20 subklinische witvuilers per jaar. Dit kan onder dezelfde omstandigheden echter variëren van 14 tot 27 gevallen. De kans op afvoer van een subklinische witvuiler is aanzienlijk hoger dan de kans op afvoer van een gezonde koe. Ook hebben de witvuilende koeien een langer interval van kalven tot eerste inseminatie. Deze langere interval, gecombineerd met een iets lager drachtigheidspercentage, vertaalt zich in een tussenkalftijd die gemiddeld 31 dagen langer is (zie tabel 4).

De negatieve effecten van subklinisch witvuilen op de vruchtbaarheid leiden op een bedrijf van honderd melkkoeien gemiddeld tot €961,00 schade. Dit is bijna €10,00 per gemiddeld aanwezige koe en €48,00 per subklinische witvuiler. Extra afvoer geeft de grootste schadepost. Als gevolg van toevalsfactoren kan deze schade heel laag uitvallen (€44,00), maar ook heel hoog (€1.994,00) (Hogeveen, 2006).
Tabel 4: Economische schade als gevolg van subklinische witvuilers op een bedrijf van honderd melkkoeien (Hogeveen, 2006).
 
 
Gemiddeld
Laag
Hoog
Tussenkalftijd
€333,00
€172,00
€507,00
Aantal inseminaties
€226,00
€93,00
€370,00
Afvoer
€403,00
€0,00
€1.440,00
Totaal
€961,00
€44,00
€1.994,00
Omdat mijn koeien soms na 12 uur nog aan de nageboorte staan, geef ik de AHV Cow Metri Bolus vaak al preventief in. De nageboorte komt na paar uur goed los en we hebben zodoende geen witvuilers meer, en melk en vlees zijn direct leverbaar.
T. Scheeringa, veehouder (Zuid-Oost Beemster, Nederland)

AHV COW METRI BOLUS

AHV Cow Metri Bolus

AHV New Pharma oplossing ter ondersteuning bij:
  • Baarmoedergezondheid.



MEER INFORMATIE

AHV COW EXTRA BOLUS

AHV Cow Extra Bolus

AHV New Pharma oplossing (slow-release) ter ondersteuning bij:
  • Uiergezondheid;
  • Baarmoedergezondheid;
  • Herstel na ziekte.

MEER INFORMATIE

AHV COW QUICK BOLUS

AHV Cow Quick Bolus

AHV New Pharma oplossing (quick-release) ter ondersteuning bij:
  • Uiergezondheid;
  • Baarmoedergezondheid;
  • Klauwproblemen.

MEER INFORMATIE

AHV COW ASPI

AHV Cow Aspi

Vloeibare AHV New Pharma oplossing ter ondersteuning bij:
  • Herstel en het aansterken na ziekte;
  • Te combineren met diverse AHV Cow oplossingen.

MEER INFORMATIE
 
  • Depreester E. (2016). Baarmoederontsteking voorkomen met management. Boerenbond, Management & Techniek 23, p. 40-41.
  • Hogeveen, H. (2006). Subklinisch witvuilen veroorzaakt bedrijfseconomische schade. Veeteelt, maart 2006, p. 13-14.
  • Huzzey J.M., Veira D.M., Weary D.M., von Keyserlingk M.A.G. (2007). Behavior and intake measures can identify cows at risk for metritis. J. Dairy Sci.;90 (3320-3233).
  • Pascottini O. B., Opsomer G. (2016). Postpartum uterine diseases in dairy cows: a review with emphasis on subclinical endometritis. Vlaams Diergeneeskundig Tijdschrift, 85.
  • Sheldon I.M. (2004). The postpartum uterus. Vet Clin North Am Food Anim Pract, 20:569-591.

NEW PHARMA OPLOSSINGEN

Lees over diverse dierziekten en bekijk onze online catalogus.

#NEWFARMER

Met New Pharma tonen New Farmers dat zij stààn voor goede zorg voor hun dieren. Volg het laatste nieuws en meer via onze social media.

ADVIES & DISTRIBUTIE

Wij voorzien u graag van advies op maat en verzorgen snelle distributie in uw regio.

HELPDESK

Onze internationale telefonische helpdesk staat u graag te woord en is 7 dagen per week dag en nacht bereikbaar via +31 (0)38-3030127 (lokaal tarief).
x