DIERZIEKTE KETOSE

Ketose (acetonemie of slepende melkziekte) is een van de meest voorkomende stofwisselingsstoornissen bij melkvee in de eerste 60 dagen na afkalven. Eén op de negen Nederlandse melkkoeien heeft de eerste maanden na afkalven last van deze stofwisselingsziekte, maar er zijn grote verschillen in het percentage koeien met ketose per bedrijf. De ziekte treedt voornamelijk op aan het begin van de lactatie als gevolg van een negatieve energiebalans, doordat de koe niet voldoende energie uit voer kan opnemen voor de toenemende melkproductie of een pensstoornis. Primaire ketose wordt veroorzaakt door een verslechterde opname van voer. Secundaire ketose wordt veroorzaakt doordat het dier al lijdt aan een andere aandoening. Gevolg van een negatieve energiebalans is dat de koe haar eigen vetreserves aanspreekt. Net als bij mensen is het gebruiken van lichaamsreserves heel normaal, deze worden tijdens de lactatie weer aangevuld. Het gaat echter mis als grote hoeveelheden lichaamsvet gemobiliseerd worden. In dit proces worden ketonlichamen in de vorm van aceton en beta-hydroxyboterzuur (bhbz) aangemaakt, die een negatief effect op de eetlust hebben (CRV, 2016).

Slepende melkziekte ontstaat doordat de energieopname achterblijft bij de behoefte en er lichaamsvet gebruikt wordt om dit tekort te dekken. De dieren worden traag, hebben weinig eetlust, onvoldoende krachtvoeropname, de melkgift daalt, de mest is stijf, de conditie neemt snel af en de uitgeademde lucht ruikt naar aceton. Veelal zijn deze verschijnselen echter niet goed waarneembaar, waardoor de problemen worden onderschat (Veenhuizen et al, 1991). Een verlaagd eiwitgehalte, zeker in combinatie met een verhoogd vetgehalte in de melk, is een aanwijzing voor slepende melkziekte (Lipkens, 2013).
Ketose kan leiden tot behoorlijke financiële verliezen: de bedrijfseconomische schade door klinische ketose wordt veroorzaakt door een lagere melkproductie, een verminderde vruchtbaarheid en een grotere kans op andere aandoeningen, zoals mastitis en lebmaagdislocatie (Woolderink, 2016). 
De schade van klinische ketose was gemiddeld €230 per geval met een variatie van €56 tot €768 per geval, mede door intreding van extra mastitis gevallen (22%). Ongeveer 54% van de kosten werden veroorzaakt door melkproductieverliezen, 11 % van de kosten werden veroorzaakt door behandeling en 11 % door afvoer (zie tabel rechts).

Literatuuronderzoek liet zien dat de kosten van subklinische ketose kunnen oplopen tot €848 per aangetaste koe. Een veehouder met een kudde van 100 koeien, met 3% slepende melkziekte en 30% de subklinische vorm, kan een verlies lijden van in totaal €27.827 per jaar (Klein Haneveld, 2013). 
De incidentie van ketose was gemiddeld 1,55 %, met een minimum incidentie van 0% en een maximum van 9,3%.
Verdeling van de schade van klinische slepende melkziekte
 
Segment
Percentage
Melkproductie
54%
Mastitis
22%
Behandeling
11%
Afvoer
11%

Bron: Woolderink (2016).
Als je juíst in de dagen rond het afkalven investeert en de AHV Cow Booster Bolus inzet, dan heb je de gehele lactactie plezier ervan.

P. Sinnige, veehouder (Damwâld, Nederland)

AHV COW BOOSTER BOLUS



De AHV Cow Booster Bolus is een aanvullend diervoeder ter ondersteuning van uw koe in de opstart van de lactatie en rond stressmomenten voor betere vertering en voeropname.

AHV COW BOOSTER



AHV Cow Booster is een snel werkend aanvullend diervoeder dat de pensmicroben stimuleert en de stofwisseling verbetert bij energietekort. Tevens toe te dienen direct na het afkalven.

WIST U DAT?

  • Voeding kan een rol spelen bij ketose, maar niet elke koe is vatbaar voor een verandering in voeding.
  • Mogelijk hebt u bepaalde koefamilies die vaker last van ketose hebben. Dit komt doordat de aandoening erfelijk is.
  • Naast seizoen van afkalven, management en pariteit speelt ook genetica een rol bij het krijgen van deze ziekte. De erfelijkheidsgraad is ongeveer 20%.
  • Gemiddeld krijgt 11% van de koeien ketose en bij oudere dieren is die kans zelfs 24%.
  • Door stieren te gebruiken met een hoge fokwaarde (108) voor ketose zorgt u dat uw veestapel hier minder vatbaar voor is en neemt het aantal probleemkoeien af.
  • Slechts 11% van de nakomelingen van stieren met fokwaarde 108 of hoger slepende melkziekte krijgt in de derde lactatie, in tegenstelling tot 37% van de nakomelingen van stieren met een fokwaarde 92 of lager. In een koppel met 100 oudere koeien is dit een verschil van 26 koeien.

Via: CRV.

LITERATUUR & BRONNEN

  • CRV, Pak ketose aan bij de bron (30 juni 2016, geraadpleegd op 11 mei 2018).
  • Veenhuizen, J.J., J.K. Drackley, M.J. Richard, T.P. Sanderson, L.D. Miller en J.W. Young, 1991. Metabolic changes in blood and liver during development and the treatment of experimental fatty liver and ketosis in cows. Journal of Dairy Science 74: 4238-4253.
  • Lipkens, Z., 2013. Prevalentie en belang van (sub)klinische ketonemie bij hoogproductieve melkkoeien. Universiteit Gent, 1, 28-31.
  • Klein Haneveld, J., 2013. Gevolgen van ketose niet onderschatten. Tijdschrift voor diergeneeskunde, 20.
  • Hogeveen H., 2012. Economie van diergezondheid. Ketosepreventie loont, zelfs bij lage melkprijs, Universiteit Utrecht.
  • Versteegt, M., 2008. Faculty of Veterinary Medicine Theses. De kosten van diergezondheidsproblemen op een melkveebedrijf, Utrecht University Repository, 12.
  • Woolderink, M., 2002. Economic consequences of ketosis and rumen acidosis on Dutch dairy farms. Verslag onderzoeksstage Wageningen University, Farm Management.

PRODUCTEN

Lees per dierziekte over onze producten of bekijk onze online catalogus.

ADVIES & DISTRIBUTIE

Wij voorzien u graag van advies op maat en verzorgen snelle distributie in uw regio.

AFSPRAAK MAKEN

Voor een oriënterend gesprek of bezoek aan ons kantoor kunt u gemakkelijk een afspraak maken.

HELPDESK

Onze internationale telefonische helpdesk staat u graag te woord en is 7 dagen per week dag en nacht bereikbaar via +31 (0)38-3030127 (lokaal tarief).