OVER BACTERIËN

Bacteriën of Bacteria (ook wel: Eubacteria) vormen een domein van micro-organismen. Deze eencellige micro-organismen die je enkel onder een microscoop kunt bekijken: je ziet, ruikt en proeft je niet. Maar bacteriën zijn eigenlijk overal. Er bestaan dan ook vele duizenden soorten onderverdeeld in goede en slechte bacteriën. De meeste bacteriën zijn niet schadelijk maar juist onmisbaar voor het leven op aarde en onontbeerlijk voor de gezondheid van plant, dier en mens. In bijvoorbeeld de darmen zitten goedaardige bacteriën die zorgen voor een goede spijsvertering.
Sommige soorten bacterën zijn nooit problematisch, andere kunnen bij ernstige verzwakking of onder speciale omstandigheden weleens tot ziekteverschijnselen aanleiding geven (pathogeen, een ziekteverwekker van biologische oorsprong), weer andere doen dat geregeld.
Bij de celstofwisseling van bacteriën kunnen voor de mens schadelijke toxines ontstaan, met als gevolg ziektes. Er zijn dan ook diverse pathogene bacteriën die dus een negatieve invloed op de gezondheid hebben. Een mens of dier kan door hun toedoen ziek worden. Dat doen de bacteriën door gifstoffen of toxines te produceren en via het afstoten van signaal moleculen communiceren zij met elkaar. Via dit gegeven, ook wel Quorum Sensing genoemd, vormen bacteriën culturen of populaties en kunnen zij een actie ondernemen.

Mens en dier krijgen iedere dag zeer veel bacteriën binnen, maar bijna alle slechte varianten worden onschadelijk gemaakt door het immuunsysteem. Soms word je toch ziek, omdat bacteriën overleven, zichzelf vermenigvuldigen en gifstoffen produceren. 

 OVER ANTIBIOTICA

Wanneer je geïnfecteerd bent met een bacterie, krijg je meestal antibiotica toegediend. Dit zorgt ervoor dat de bacterie niet meer kan groeien en het gros van de bacteriën sterft. Daardoor krijgt het immuunsysteem kans om ze op te ruimen waardoor je niet meer ziek bent.

Al snel na de ontdekking van bacteriën en hun rol bij ziekteprocessen ging men op zoek naar middelen om bacteriën te bestrijden. Niet dat doden van bacteriën moeilijk bleek. Ontsmettingsmiddelen zoals fenolen en alcoholen doden bacteriën van élke soort. De uitdaging was bacteriën te bestrijden op of in levend weefsel, zonder dat weefsel te beschadigen.
Al eind 19e eeuw werd duidelijk dat de ene soort bacteriën de groei van de andere soort kan beïnvloeden. Dit kan optreden door competitie om voedsel, maar ook door uitscheiding van chemische stoffen, die men de naam ‘antibiotica’ gaf.

Dat ook schimmels chemische stoffen uitscheiden die bacteriën kunnen doden of in hun groei remmen was al enkele keren beschreven voordat de Britse arts en microbioloog Alexander Fleming in 1929 het verschijnsel waarnam dat stafylokokken in hun groei geremd waren door een schimmelkolonie, Penicillium notatum (tegenwoordig Penicillium chrysogenum), die bij toeval op de kweekplaat terecht was gekomen. Rond de plek waar de schimmel groeide waren alle bacteriën dood.
Penicilline, zoals Fleming de werkzame stof in het kweekvloeistof van de schimmel noemde, bleek instabiel en moeilijk te zuiveren. Pas toen Howard Florey en Ernst Chain zich jaren later op grootschalige bereiding van penicilline toelegden, werd in 1941 onderzoek bij mensen mogelijk. Hierna brak de miraculeuze werking van penicilline ook bij het algemene publiek door.

Toen al ontdekten onderzoekers dat sommige bacteriën een enzym kunnen aanmaken dat penicilline afbreekt en de bacterie resistent maakt tegen het antibioticum. Dit was het startschot van een wedloop die tot de dag van vandaag onbeslist is: onderzoekers en farmaceutische industrie die nieuwe antibiotica trachten te ontwikkelen en de microbiële wereld die op gebruik van zulke middelen steevast reageert met resistentieontwikkeling.
Dat wil zeggen dat bacteriën minder gevoelig worden voor deze middelen als niet alle bacteriën gedood worden. De bacteriën die over blijven leren dan om het medicijn te overleven. De bacterie kan weer gaan groeien en je kunt dus weer opnieuw ziek worden en een volgende antibioticakuur zal minder effectief zijn. Uiteindelijk zullen bacteriën resistent worden voor alle antibiotica en is geen behandeling meer mogelijk met bestaande middelen.
 
Antimicrobiële resistentie is een serieuze bedreiging voor de gezondheid van mensen en dieren. We hebben ons aanzienlijk ingespannen om de toename hiervan te stoppen, maar het is niet voldoende geweest.
We moeten sneller en sterker zijn en ingrijpen op verschillende gebieden.

 
Vytenis Andriukaitis, onderzoeker en Europees commissaris Gezondheid en Voedselveiligheid

 RESISTENTIE AGRICULTUUR

Jarenlange verkeerd en overvloedig antibioticagebruik in de veehouderij brengt in de actualiteit nog altijd risico’s met zich mee voor mens en dier: frequent gebruik van antibiotica in de veehouderij leidt tot bacteriële resistentie (Mevius, 2008). Hierdoor zijn infecties met deze bactieriën moeilijker te behandelen.

De aanwezigheid van antibioticaresistente bacteriën levert tevens zowel een direct als een indirect gevaar op voor de volksgezondheid:
  • Een direct risico vormen resistente bacteriën die via voedsel, drinkwater, direct contact of het milieu overdraagbaar zijn naar de consument, waardoor deze ziek kan worden.
  • Een indirect risico ontstaat als bij dieren resistente genen voorkomen in de darmbacteriën, bijvoorbeeld in E. coli, die overdraagbaar zijn naar de menselijke darmflora.


De gevolgen van het overmatig antibioticagebruik in de veehouderij hebben geleid tot een mondiale maatschappelijke discussie, ondanks positieve ontwikkelingen in het reduceren van het gebruik van antibiotica. Het voorbeeld van de Q-koorts heeft laten zien dat sommige dierziekten een serieuze bedreiging voor de menselijke gezondheid kunnen zijn (CLO, 2017). Omdat in de veehouderij en de humane gezondheidszorg dezelfde antibiotica worden gebruikt, is een verlies aan werkzame antibiotica ook een risico voor de mens.

Sinds 2009 is de verkoop van antibiotica voor de veehouderij met 64% gedaald. Dit blijkt uit verkoopcijfers van de branchevereniging Veterinaire Farmacie (FIDIN). Het beleidsdoel van 70% reductie van het gebruik in 2009 is daarmee niet gehaald (MARAN-2017). Na een aanvankelijk snelle daling van het gebruik van antibiotica tot 2012 is deze afgevlakt. Ook de variatie in het gebruik is afgenomen, hoewel er nog aandachtsgebieden zijn. Daarom heeft de overheid in 2016 besloten om voor 2020 sector specifieke doelen vast te stellen (EZ, 2016). Hiermee moet het einddoel van 70% reductie bereikt worden.
Sinds 2007 is het gebruik van antibiotica in de veehouderij flink afgenomen en vanaf 2012-2013 neemt ook de resistentie duidelijk af. De afname van resistentie gaat echter veel minder snel (CLO, 2017).
In onderstaande figuur (bron: FIDIN, MARAN, 2015) ziet u de trend van het gebruik van antibiotica in de veehouderij en resistentie.

 SAMENWERKEN ALS BACTERIËN

AHV International speelt met haar benadering van new-pharma in op beleid van internationale overheden. De Rijksoverheid heeft in 2009 een programma opgestart met als belangrijkste doel het terugdringen van resistentie tegen antibiotica en heeft de verantwoordelijkheid voor het terugdringen van het gebruik van antibiotica bij de veehouderijsector gelegd. De overheid ziet toe op zorgvuldig gebruik. Inmiddels genomen maatregelen zijn o.a. registratie van het gebruik en van het voorschrijfgedrag, vaste contracten tussen veehouder en veearts, beperking van groepsmedicatie en een verbod op het toedienen van antibiotica door de veehouder zelf als hij geen bedrijfsgezondheid- en behandelplan heeft (EZ, 2014).

Het gebruik van antibiotica in de veehouderij was in Nederland vrij hoog, vergeleken met andere landen. Tussen 2009 en 2016 is het gebruik met 64,4% afgenomen. Om het gebruik en resistentie verder terug te dringen gelden er nog altijd strenge regels voor veehouders:
  • Alleen een dierenarts mag antibiotica voorschrijven.
  • Een dierenarts moet het bedrijf inspecteren en beoordelen. Daarna mag hij pas antibiotica voorschrijven en toedienen aan zieke dieren. Alleen onder strikte voorwaarden mag een veehouder zelf antibiotica toedienen.
  • Pluimveehouders, melkveehouders, kalverhouders en varkenshouders moeten het gebruik van antibiotica op hun bedrijf registeren. De Autoriteit Diergeneesmiddelen (SDa) legt de gegevens vast. De SDa maakt regels voor goed gebruik van antibiotica.
  • Antibiotica die als laatste redmiddel voor mensen worden gebruikt, mogen niet of alleen onder strikte voorwaarden worden gebruikt bij dieren.
  • Veehouders mogen geen dieren aanleveren voor de slacht waar resten van antibiotica in zitten en op melk en vlees geldt een wachttijd na behandeling met antibiotica.
Als onderdeel van de campagne "Daar wordt iedereen beter van", een initiatief van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, gaat men in gesprek met professionals over antibioticaresistentie.
In deze video komt dierenarts Betsie Krattley aan het woord over dit onderwerp.



Bron: Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (2017)

HANDIGE LINKS

Hieronder vindt u links naar enkele externe websites en artikelen over antibiotica(resistentie) in de veehouderij, beleid van de overheid en meer.

LITERATUUR & BRONNEN

  • CBS, PBL, Wageningen UR, Gebruik van antibiotica in de veehouderij en resistentie, 1999-2014 (indicator 0565, versie 04 , 19 april 2016)
  • Rabobank.nl, Cijfers en trends voor uw branche: Dierenartsen (december 2017, geraadpleegd op 12 mei 2018)
  • Vereniging van Fabrikanten en Importeurs van Diergeneesmiddelen In Nederland, Het gebruik van antibiotica bij landbouwhuisdieren (FIDIN/SDa)(mei/december 2017)
  • Monitoring of Antimicrobial Resistance and Antibiotic Usage in Animals in The Netherlands, NethMap MARAN (2017)
  • Compendium voor de Leefomgeving, Gebruik van antibiotica in de veehouderij en resistentie (1999-2016, geraadpleegd op 12 mei 2018)

PRODUCTEN

Lees per dierziekte over onze producten of bekijk onze online catalogus.

ADVIES & DISTRIBUTIE

Wij voorzien u graag van advies op maat en verzorgen snelle distributie in uw regio.

AFSPRAAK MAKEN

Voor een oriënterend gesprek of bezoek aan ons kantoor kunt u gemakkelijk een afspraak maken.

HELPDESK

Onze internationale telefonische helpdesk staat u graag te woord en is 7 dagen per week dag en nacht bereikbaar via +31 (0)38-3030127 (lokaal tarief).